De Volkskrant kopt vandaag dat ziekenhuizen eindelijk winst mogen gaan uitkeren aan investeerders. Daarmee zou deze ‘markt’ aantrekkelijk worden voor investeerders en zou op den duur de kwaliteit van de zorg toe moeten kunnen nemen. Dit terwijl de keten van producten nu vrij ingewikkeld is en de Rekenkamer in hun rapport van Oktober 2013 nog onverdeeld is over het feit dat de financiering van de zorg bijzonder complex is. Nu zouden daar dan nog private partijen bij betrokken moeten worden, die bovendien aanspraak kunnen maken op, een deel van, de winst. Zo lijkt het te werken in ‘de markt’, ondernemers investeren in (hun) ondernemingen en krijgen daaruit resultaat dat na aftrek van kosten winst genoemd kan worden. Is een ziekenhuis echter wel een private onderneming en waarom is dat in het geheel van belang?

Over het verschil tussen een private en publieke onderneming schreef Mises al in Bureaucracy (p 68-70 pdf) dat het het verschil tussen een ondernemer en manager ligt in het afwezig zijn van een winstmotief bij publieke ondernemingen:

 if a public enterprise is to be operated without regard to profits, the behavior of the public no longer provides a criterion of its usefulness. If the government or the municipal authorities are resolved to go on notwithstanding the fact that the operation costs are not made up by the payments received from the customers, where may a criterion be found of the usefulness of the services rendered? How can we find out whether the deficit is not too big with regard to these services? And how discover whether the deficit could not be reduced without impairing the value of the services? (Mises 1944, p. 61)

Een manager van een publieke onderneming hoeft geen winst te maken. De overheid staat garant voor zijn stroom geld. Om toch te zorgen dat deze manager niet teveel uitgeeft krijgt hij allerlei restricties opgelegd in de vorm van regels. De manager van een private onderneming is overgeleverd aan zijn klanten. Verkoopt hij een slecht product, dan zal zijn geldstroom opdrogen. Hij zal gedwongen worden zijn kwaliteit te verbeteren of zijn prijs te verlagen om niet failliet te gaan. Hoe het ook zij, in een publieke onderneming is er dus geen motief om zuinig te werken en te zorgen voor een goede bedrijfsvoering uit eigenbelang. De ondernemer is immers niet de baas, dat is iemand anders. De meeste ziekenhuizen worden direct of indirect gefinancierd uit belastingen en zijn dus publieke ondernemingen. Daardoor ontbreekt bovendien ook nog eens datgene wat een ondernemer juist kenmerkt:

Entrepreneurship is an activity that involves the discovery, evaluation, and exploitation of opportunities to introduce new goods and services, ways of organizing, markets, process, and raw materials through organizing efforts that previously had not existed” (Shane 2003, pp. 4-5)

Deze eigenschappen kunnen niet floreren in een publieke onderneming. De verantwoordelijkheid ligt immers niet bij de uitvoerende partij, maar bij de ambtenaar die de regels maakt waaraan de manager of ondernemer in de publieke onderneming zich dient te houden.Hieruit vloeit voort dat een ondernemer niet de baas kan zijn in zijn ‘toko’. Ook al giet een bestuur van een ziekenhuis de werkzaamheid ervan in een BV of andere constellatie, de rechtsvorm van een ziekenhuis is geen teken dat het een onderneming is die met een winstmotief op de markt opereert. Medici zijn afhankelijk van afspraken met zorgverzekeraars, dienen producten te labelen op basis van gemiddelde prijzen die zij zelf niet vast kunnen stellen, zijn afhankelijk van het budget dat vanuit de overheid wordt vastgesteld en moeten alles vastleggen voor eigen veiligheid en bureaucratische administratie.

Nu is er eindelijk goed nieuws. De ziekenhuizen mogen winst gaan uitkeren aan investeerders. Uiteraard onder strikte voorwaarden. Een met belastinggeld gedreven publieke onderneming mag nu hetgeen zij niet uitgeeft, uitkeren aan private ondernemingen. Zwart-wit is dat waar het op neerkomt. De afgelopen jaren hebben uitgewezen dat een verdeling van de markt door een aantal grote zorgverzekeraars middels een gedwongen afname van hun product en de verplichte positionering van deze zorgverzekeraars als stroman tussen de arts en de patiënt niet geleidt heeft tot een verlaging van de kosten of een verbetering van de zorg. Nu in dit belastingvehikel ook nog eens de kraan wordt opengezet om winsten investeerders te laten vloeien, zal dit niet betere zorg opleveren louter omdat de ‘markt’ kan investeren. Ziekenhuizen zijn geen private ondernemingen en worden niet gedreven door ondernemers en ondernemerschap. Het zijn publieke ondernemingen, gedreven door belastinggeld die bestuurd worden door mensen.

Wil de minister de kosten drukken en de markt aantrekkelijk maken voor private investeerders dan zal zij de ziekenhuizen uit het dwangbuis moeten bevrijden van de zorgverzekeraar en belastinggeld. Laat de ziekenhuizen en artsen vrij om te ondernemen in hun eigen vakgebied. Laat hen (weer) private ondernemingen zijn. Erken dat ‘gezondheidszorg’ geen homogeen of universeel product is, maar dat achter deze ideologische façade een grote variëteit aan producten schuilgaat die individueel heel goed kunnen worden aangeboden door ondernemers. Pas dan, als ziekenhuizen echt kunnen ondernemen, met alle risico’s vandien, zal het aantrekkelijk worden voor investeerders om vanwege de te verwachten opbrengst te investeren in een winstgevende onderneming. Deze investeringen zullen dan niet ten koste gaan van de patiënt. Gebeurt dit wel, dan hebben we jaarverslagen, internet en hele grote digitale schandpalen die de onderneming terug op het rechte pad dwingen. Of de keuze het slechte bedrijf links te laten liggen. In die utopische situatie is het idee van de minister om ziekenhuizen winst te laten uitkeren aan investeerders inderdaad een goed idee.

De foto is gemaakt door: Ana Lobb

%d bloggers liken dit: