In het vorige deel hebben we gezien wat de grondslagen van een liberale samenleving. Privaat eigendom, van productiemiddelen, vrijheid en vrede. Dit zijn interessante grondslagen. Niet zozeer omdat ze uniek zijn, maar omdat het voor de mens op zichzelf niet mogelijk is deze grondslagen ten opzichte van eenieder continu te waarborgen. Het is makkelijk om de eigendom van een enkele appelboom te verdedigen tegenover ieder ander. Het wordt echter lastiger om als individu hectares boomgaarden te verdedigen. Ofschoon het heel wel mogelijk is dit ook te doen door middel van samenwerking met anderen is uiteindelijk een afdwingende autoriteit nodig die ervoor zorgt dat de eigendom ook gerespecteerd wordt. Het is hierom, betoogt Mises, dat de staat gegroeid is als het apparaat dat deze liberale grondslagen dient te beschermen. Liberalisme, hoewel tenderend naar totale vrijheid is toch niet in dezelfde categorie te plaatsen met totaal ongeremde vrijheid of een totaal gebrek aan regels. Nog steeds dienen principes gevolgd te worden om te zorgen.

In vroeger tijden leidde het volgen van deze principes vaak tot conflicten tussen landeigenaren. Hierdoor ontstonden dan schermutselingen, al dan niet juridisch, die net zo vaak wel als niet konden eindigen in oorlog. Oorlog, zoals reeds getoond, werkt vernietigend voor de arbeidsverdeling en daarmee vernietigend voor de mogelijkheden van ontwikkeling en welvaart in een samenleving. De meest succesvolle oplossing om transities mogelijk te maken is dan ook geweest om dit op democratische wijze te laten gebeuren. Daar waar vroeger middels revolutie het roer van staat werd omgegooid is er nu de mogelijkheid dit via de stembus te doen. Let wel, dat is geen erkenning van de merites van democratie zoals deze nu gekend wordt. Dat is slechts een erkenning van de vreedzame manier van machtswisseling die democratie mogelijk maakt. Het is deze vreedzame wisseling waarom, zo betoogt Mises, in eerste instantie alle hoop op democratie als concept werd gevestigd. Vrij snel werd duidelijk dat dit een illusie was. Ook in de jaren ’20 bleken dezelfde klanken in de samenleving gehoord te worden, als die nu, zij het veel minder, gehoord worden. Mensen vragen zich af waarom bepaalde mensen mogen stemmen, waarom niemand de macht heeft of leiding geeft, enzovoorts enzoverder.

Het is hier dat de waarschuwende toon van von Mises immer actueel blijkt te zijn. Of de roep nu legitiem is of niet, doet niet terzake. Van belang is de economie van een dergelijk systeem. Is nu een sterke man aan de macht gekomen en deze regelt het een en ander, maar niet naar tevredenheid van de bevolking. Logisch volgt uit de goedkeuring van een dergelijk systeem dat deze sterke man ook vervangen mag worden. Datzelfde geldt voor de nieuwe sterke man, ad infinitum. Dat zal dus leiden tot hoogst instabiele landen waar elk moment een nieuw regime aan kan treden. De gevolgen voor de arbeidsverdeling in de samenleving laten zich raden. Door de continue stroom van machtswisselingen, al dan niet geweldloos, wordt die arbeidsverdeling aangetast. Op de lange(re) termijn wordt de samenleving daar dus niet beter van. Een sterke man kan natuurlijk ook voorkomen dat hij vervangen wordt. Daartoe kan hij, na aan de macht gekomen te zijn, nieuwe oppositie de kop indrukken en zorgen dat zij geen weerwoord van enige proportie kunnen produceren. Dat betekent automatisch onderdrukking van de vrijheden van de mensen in een dergelijk gebied. Een dergelijke samenleving zal eveneens een lagere ontwikkeling kennen, omdat het uit de pas lopen vaak niet beloond, maar juist extra hard bestraft zal worden. Beide uitkomsten in het geval van het navolgen van een sterke man zijn dan ook negatief voor de ontwikkeling van een samenleving.

Democratie blijft de enige oplossing voor deze problematiek vanuit liberaal oogpunt. Het maakt de vreedzame transitie van de richting van staat mogelijk. Let wel, het gaat hier niet over de manier waarop democratie binnen de staat nu vormgegeven is. De huidige democratie vertoont namelijk veel overeenkomsten met het ongenoegen dat door von Mises genoemd wordt in de jaren ’20. Het is dus geen erkenning van de huidige democratie als beste stelsel en dus ook acceptatie van haar overduidelijke tekortkomingen, voortvloeiend uit de opbouw van de democratie. Het is slechts een erkenning van de mogelijkheid van democratie om vreedzame machtswisseling te faciliteren. Het is dan ook deze notie die Mises neerlegt waaraan heden ten dage meer mensen zich zouden mogen laven. Democratie als ideaal is niet zozeer verkeerd. Het probleem van de machteloosheid van democratische instituties is namelijk niet hetzelfde als het ideaal ‘democratie’ zoals dit in het midden van de 19e eeuw beoogd werd. Het is dat onderscheid dat gemaakt moet worden om te zorgen dat samenlevingen niet grijpen naar oplossingen die de welvaart uiteindelijke te gronde richten. Het zijn dan ook de instituties die aangepakt moeten worden om de liberale grondwaarden te waarborgen tegenover het arbitraire karakter van haar tegenstrevers, niet het ideaal zelf. Het is in deze boodschap dat de grote waarde ligt als Mises het heeft over de verdediging van liberale waarden in een samenleving.

Over de invulling van democratie en de rol van de staat daarin, schreef ik eerder in de serie Law, Liberty and Legislation (VII, IX en X)

De foto is gemaakt door: M.G. Kafkas

%d bloggers liken dit: