Dit artikel is een reactie op het boek “Capital in the Twenty-First Century” van Thomas Piketty dat grote reuring heeft veroorzaakt. Met name op Facebook sloeg de, schijnbaar, schokkende grafiek over economische ongelijkheid veroorzaakt door kapitalisme enorm aan. In de academische wereld wordt het boek gehuldigd als de grote onderbouwing van kritiek op het zo schrijnend ontspoorde kapitalisme dat een groot deel van de wereld in de afgelopen 30 jaar heeft meegemaakt. Dit artikel stelt vragen bij de basis van het boek van Piketty, namelijk wat door hem als kapitaal beschouwd wordt. Het werd eerder op Mises.org geplaatst en verdient eveneens vertaling.

Door: Peter G. Klein

Piketty ziet ‘kapitaal’ als een homogene, liquide poel van fondsen. Niet als een heterogene groep van kapitaalgoederen. Dit is niet alleen een terminologische kwestie, zoals zij die bekend zijn met het debat omtrent de theorieën van kapitaal in de jaren ’30 en ’40 zeer goed weten. De aanpak van Piketty richt zich op de hoeveelheid kapitaal en belangrijker nog, op de rate of return van dit kapitaal. Deze concepten snijden echter weinig hout vanuit het perspectief van de Oostenrijkse kapitaalstheorie, dat juist de complexiteit, variatie en kwaliteit van de kapitaalsstructuur in de economie benadrukt. Er is geen enkele manier om de hoeveelheid kapitaal te meten, noch zou een dergelijk getal van enige betekenis zijn. De waarde van heterogene kapitaalsgoederen hangt in de Oostenrijkse kapitaalstheorie af van hun plaats in het subjectieve ondernemingsplan van een ondernemer. Productie is doorweven met onzekerheid. Ondernemers verkrijgen, zetten in, combineren en hergebruiken kapitaalsgoederen in de verwachting van enige winst, maar er is nooit zoiets als een ‘rate of return on invested capital’.

Winsten zijn hoeveelheden, geen percentages. De oude notie van kapitaal als een poel van fondsen die automatisch een opbrengst genereren alleen door te bestaan, is onverenigbaar met het perspectief van de moderne productietheorie. In een lovende recensie van het boek van Piketty schrijft Robert Solow: “Het belangrijkste punt betreffende rijkdom in een kapitalistische economie is dat het zichzelf produceert en meestal een positief netto resultaat oplevert.” Dat is echter onzin vanuit het standpunt van de micro-economie, ondernemerschap, onzekerheid, innovatie, strategie, etc.

Veel van het enthousiasme over het werk van Piketty is terug te voeren op zijn schatting van de lange termijn ‘rate of return on capital’ en hoe deze zich verhoudt tot de mate van economische groei op lange termijn. Van derden hoor ik dat de berekeningen van Piketty (ondersteund bij de eerste stappen daarin door Emmanuel Saez) grondig en voorzichtig zijn en ik heb geen reden aan het empirische deel van het boek te twijfelen. Het lijkt me echter een nutteloze exercitie – ik weet niet eens wat de onderliggende constructie zelfs maar betekent.

Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken gerelateerd aan de interpretatie van de getoonde data en wat deze betekent voor sociale mobiliteit, eerlijkheid, etc. Bijvoorbeeld, er zou weleens veel meer verticale beweging kunnen zijn dan de bewonderaars van Piketty willen toegeven – er zijn maar weinig mensen die hun hele leven in dezelfde inkomensschaal blijven hangen. De meeste Amerikanen zijn kapitalisten, met enkelen die hun financiële rijkdom hebben geïnvesteerd in aandelen middels hun pensioen portfolio’s. Dus de link tussen, zeg, prestaties van de aandelenmarkt, inkomsten uit land en natuurlijke bronnen, rente en de distributie van financiële rijkdom tussen mensen is gecompliceerd.

De foto is gemaakt door Las Initially

%d bloggers liken dit: