Dit is een zesde artikel over de economische beststeller Capital in the Twenty-First Century van Thomas Piketty. Dit artikel legt de nadruk op het belang van de vermeerdering van kapitaal voor eenieder en de gevolgen van toenemende productie in contrast met de voorstellen van Piketty en verscheen eerder als Mises Daily.

Door: George Reisman

Thomas Piketty, een neo-marxistische Franse professor, heeft een 700 pagina dik boek geschreven, gepubliceerd door de Harvard University Press. Zijn boek is getiteld, Kapitaal in de 21e eeuw, ter ere van het 19e eeuwse werk das Kapital van Marx. Het is met veel enthousiasme verwelkomd in de links georiënteerde intellectuele gevestigde orde en stond op de New York Times en Amazom.com best-sellers lijsten.

Hoewel het boek ogenschijnlijk gewijd is aan de studie van kapitaal en haar opbrengst, benadert Piketty zijn onderwerp schijnbaar zonder een enkele bladzijde van Ludwig von Mises of Eugen von Böhm-Bawerk gelezen te hebben. Zijn blijven ook na al die jaren toch de twee leidende theoretici op dit vlak. Er is geen enkele verwijzing naar een van deze beide mannen in zijn boek. Wel zijn er zo’n zeventig verwijzingen naar Karl Marx.

In zijn boek beargumenteert Piketty dat sparen en de vermeerdering van kapitaal door rijke kapitalisten tot doel heeft lonen te verminderen. Het vermeerderde kapitaal dient niet om de productie te vergroten, claimt hij. Het enige dat het naar verluidt bereikt is het aandeel van het nationale inkomen dat naar winst gaat vergroten, terwijl een vergelijkbare verkleining plaatsvindt bij het aandeel van het nationaal inkomen dat naar inkomens gaat. Omdat er geen extra productie is maar wel meer winst, is het effect van deze verandering in de aandelen ook een verandering in absolute termen. Met andere woorden, daadwerkelijke winsten gaan omhoog, daadwerkelijk inkomen gaat naar beneden.

Om zo’n eindeloze destructieve vermeerdering van kapitaal en de bijbehorende “spiraal van ongelijkheid” te voorkomen staat Piketty een inkomensbelasting voor tot 80 procent “op inkomens hoger dan €366.000 of 733.000,- per jaar”, vergezeld van een progressieve belasting op kapitaal zelf, tot 10 procent per jaar.

De beweringen van Piketty over inkomens- en winstaandelen kunnen simpel weerlegd worden door een groei voor te stellen in spaartegoeden en investeringen door kapitalisten. Vervolgens kan dan gekeken worden wat de gevolgen zijn voor zowel de lonen als de hoeveelheid winst in het economische systeem. Er zal gevonden worden dat loon uit noodzaak zal stijgen en dat de winst daardoor noodzakelijkerwijs zal dalen, resultaten die diametraal staan ten opzichte van de beweringen van Piketty.

Dus, laten we aannemen dat in het begin de totale winst in een economisch systeem 200 eenheden geld betreft. Aangenomen wordt ook dat het totale kapitaal in het economische systeem 2.000 eenheden geld is. De initiële gemiddelde winst is dan 10%

Laat ons dan nog aannemen dat de kapitalisten, die tot nu toe hun 200 winst consumeerden, besluiten om te sparen en de helft te investeren. Zij maken nu een extra uitgave in kapitaal goederen en arbeid voor een totaal van 100.

Wat het aandeel ook is aan loonbetalingen in deze 100, ze laat het totaal dat aan loon betaald wordt in het economisch systeem groeien. Tegelijkertijd zal het uitgeven van de extra 100 aan kapitaalgoederen en arbeid vroeger of later 100 toevoegen aan de totale kosten van productie van bedrijven die worden afgetrokken van de inkomsten uit verkoop, waardoor ze de totale winst verminderen.

De stijging van kosten kan onmiddellijk plaatsvinden of over vele jaren, afhankelijk waaraan de 100 wordt uitgegeven. Zou het aan de ene kant gespendeerd worden aan zaken die niet gekapitaliseerd werden, zoals verkopen of administratieve uitgaven, dan zou het meteen zichtbaar worden als extra kosten. Het andere uiterste is dat, wanneer het geheel zou worden uitgegeven aan nieuwe gebouwen met een afschrijvingsperiode van 40 jaar, dan zou het 40 jaar duren voor het zichtbaar wordt als vergelijkbaar met kosten van productie. Hoe het ook zij, de uitgave van die 100 zal zichtbaar worden als extra kosten van productie. De extra uitgaven hebben dus hoe dan ook gevolgen voor de winst in het economisch systeem, deze neemt af.

Dus, de ‘bevindingen’ van Piketty, zoals ze genoemd worden, staan op eigenlijk op zijn kop. Het is het sparen en investeren door de kapitalisten dat de hoeveelheid van vermeerderd kapitaal ten opzichte van inkomen, dat de hoeveelheid van het aandeel van loon in percentage van het nationaal inkomen vermeerderd en het aandeel van winst doet afnemen.

Sterker nog, de grotere voorraad van kapitaalsgoederen resulterend van de transitie van een hoger kapitaal versus inkomen verhouding dient om de productiviteit van arbeid te verhogen en zo het totaal te vergroten dat geproduceerd kan worden, waardoor een nog grotere voorraad kapitaalsgoederen beschikbaar komt. Met technologische vooruitgang om teruglopende inkomsten ten opzichte van een groeiend aantal kapitaalsgoederen tegen te gaan, kan vermeerdering van kapitaal in fysieke termen in potentie oneindig doorgaan, zonder de verhouding tussen kapitaal en inkomen verder te verstoren. Een betere ratio zou dit proces juist versterken. Dit is zo omdat, voor zover het een grotere hoeveelheid spaartegoed vertegenwoordigt, het mogelijk maakt om in het economische systeem duurdere technologische toepassingen te gebruiken, waardoor de bijdrage van technologische vooruitgang een bijdrage kan leveren de vermeerdering van kapitaal.

Het programma van Piketty, is er een van absolute economische vernietiging. De wereld en bovenal de mensen die een inkomen hebben op deze wereld, hebben juist de afschaffing van belastingen en reguleringen nodig die in de weg staan van de vermeerdering van kapitaal en de groei van productie. De vermeerdering van kapitaal en meer productie, niet het collectivisme en haar absurde theorieën en programma’s, zijn de grondslag van de stijgende levensstandaard in het algemeen en die van stijgende inkomens in het bijzonder.

De foto is gemaakt door: A.D. Wheeler

%d bloggers liken dit: