In de recente hausse aan weerwoord tegen de Islam liggen een aantal diepere zaken verscholen waar het Europese continent al enkele honderden jaren geleden mee te maken heeft gehad. In zijn uitmuntende werk ‘Menace of the Herd‘ fileert Kuehnelt-Leddihn op voortreffelijke wijze het schisma in de Katholieke Kerk als opmaat naar Nationalisme en andere stromingen.

Zolang spirituele eenheid aanwezig is binnen een gebied is er geen enkel probleem met de buren. Hoogstens vindt u uw buurman een vervelend sujet of aimabele kerel om velerlei redenen. Uw diepe overtuiging komt niet in conflict met hem en die van hem niet met die van u. Toen in het Engelse koninkrijk Edward VIII wilde scheiden van zijn vrouw en hem dit verboden werd door de Paus, want het huwelijk is voor eeuwig, was de reactie vrij simpel. Dan richten we zelf een Kerk op. Deze Kerk is tot op de dag van Vandaag de Anglicaanse Kerk. Nu ontstaat er een probleem. Twee autoriteiten claimen de vertegenwoordiging van God op aarde te zijn. Uw buurman en u verschillen beiden van mening, dit leidt tot conflicten aangezien u beiden zeker weet dat uw vertegenwoordigend orgaan het juiste is. Dit is het probleem van de territoriale afbakening van geloof. Zo ontstaat er een ‘wij’ en een ‘zij’. Er ontstaan scheidslijnen. Let wel, deze scheidslijnen ontstaan niet omdat er in de grootsheid van een land als Engeland duizenden mensen bij elkaar kwamen om te discussiëren, deze scheidslijnen ontstaan omdat ze worden opgelegd vanuit de leidende facties van het gebied. Nu het universele karakter van God verdwenen is, blijft het territoriale karakter over.

Op het verlies van territorium wordt altijd negatief gereageerd door de voormalig eigenaar. Het is dan ook niet vreemd dat de Anglicaanse Kerk als heidenen werden bestempeld. Die stap bevestigde het territoriale karakter van geloof dat een rol zal spelen bij de oorlogen die pas zullen eindigen in 1648. In deze oorlogen werd de burgerij opgehitst door de edelen die, vaak uit opportunisme of het beslechten van oude vetes, tot het nieuwe geloof bekeerd waren. Zo ontstonden binnen de voorheen spiritueel eenvormige gebieden, mentale scheidslijnen waardoor mensen konden wennen aan het idee van een afgebakend territorium. Door de spirituele afbakening werd een gebied meer een trots voor de inwoners dan daarvoor. De mensen buiten dat gebied waren immers heidenen, verkrachters en dieven. Dit zijn de kiemen voor nationalisme. Het gevoel van trots voor een bepaald territorium waarmee de mens zich verbonden voelt.

Eenzelfde beweging is nu aan gang. De lijnen zijn nu getrokken in de gedachte dat democratie universeel is, of dient te zijn, en deze universaliteit zorgt voor rust. Nu komen er mensen die niet alleen democratische grondbeginselen tegen lijken te gaan, maar dat ook nog eens doen vanuit (schijnbaar diep-) religieuze overtuiging. Om twee redenen is dat schokkend voor veel mensen. Ten eerste omdat de gedachte tegen democratie in te gaan al weerzin oproept bij veel mensen. Ten tweede omdat de vermeende tegenstanders ook nog eens religieus zijn, een concept dat in de afgelopen 150 jaar in west-Europa stelselmatig teruggedrongen is.

Dit is deel I in een serie. Oorspronkelijk was het de bedoeling er één artikel van te maken. De grote verscheidenheid en beschikbare informatie nopen echter tot een serie artikelen.

%d bloggers liken dit: