Trump had het weer eens gedaan. Zijn politiek benoemde voorzitter van de Federal Communication Commission (FCC) had het voor elkaar gekregen de net-neutraliteit af te schaffen. Dat betekent dat een machtige lobby van kabelboeren in de Verenigde Staten nu vrij spel gaat krijgen. Zo kunnen ze de laatste centjes uit de arme consument wringen. Dit is wat u zo ongeveer overal eind 2017 had kunnen lezen.

Wat u niet overal kon lezen was dat net-neutraliteit in de Verenigde Staten niet om gelijke toegang ging, maar om het ongedaan maken van politiek geïnspireerd beleid waardoor Facebook en Twitter de afgelopen jaren openlijk hun politiek-correcte beleid hebben in kunnen zetten. Wat is eigenlijk de achtergrond van net-neutraliteit in de Verenigde Staten?

Herclassificatie voor bedrijven in plaats van openheid

Obama bewaakte niet zozeer de net-neutraliteit. Hij herclassificeerde ‘het internet’ tot een “public utility”. Daarmee kwam het te vallen onder de Titel II van de “Telecommunications Act”. Dat is een wet uit de jaren ‘30 die erop gericht is telegraafnetwerken onder staatscontrole te krijgen. Precies hetzelfde gebeurde onder Obama schrijft University of Columbia Professor Tim Wu in 2014: “The new rule gives broadband providers what they’ve wanted for about a decade now: the right to speed up some traffic and degrade others.”. Dat is die vermaledijde oneerlijkheid waar zo op gehamerd wordt. Die dus juist niet mogelijk was vóór de verandering door Obama.

Belangrijker, doordat de kabelbedrijven onder Titel II gezien worden als “common carriers” werden juist zij extra belast door verzwaarde regulering. Google en Facebook lobbyden actief vóór ‘net-neutrality’ bij Obama, maar zij zijn geen “common carriers”. Zij kregen geen last van die Titel II regels. Wel krijgen ze een stok om concurrenten mee te slaan meldde de Wall Street Journal in 2015. Dit was niet mogelijk onder de FCC regels die in 1998 onder Clinton tot stand zijn gekomen. De herclassificatie door Obama was dan ook veeleer een machtsgreep van enkele grote bedrijven. Het gaat hier dan ook niet om de heilige strijd voor een open internet.

Politieke correctheid en net-neutraliteit

De term ‘net-neutraliteit’ bedacht is door de socialistische professor Dr. Robert McChesney met onder andere als doel om de infrastructuur van én het internet zelf onder staatscontrole te brengen. Het daarbij te gebruiken argument is de ‘vrijheid en openheid’ van het internet dat bedreigd wordt door bedrijven die mensen buiten willen sluiten. Dat argument kent inmiddels iedereen uit zijn hoofd zonder de machtpolitiek achter die argumentatie te begrijpen. Dat dit erg lastig is onder de FCC regels van Clinton maakt niet uit. Staatscontrole op het internet is immers het doel. Het is namelijk niet vreemd hier de uiterst linkse biljonair Soros tegen te komen. Hij stopte in 10 jaar tijd zo’n $ 200.000.000,- in actiegroepen die vóór net-neutraliteit op de leest van McChesney waren. Daarover later meer.

Afschaffen van nepotistische ‘net-neutraliteit’ is winst

De FCC heeft nu Clinton-situatie uit 1998 hersteld. De retoriek ten spijt is een voorkeursbeleid zoals McChesney de wereld voorhoudt niet mogelijk onder de oude regels. Bovendien is er als sinds 1914 de Federal Trade Commission (FTC). Die commissie had én heeft uitgebreide mogelijkheden bedrijven hard aan te pakken, zoals bijvoorbeeld Microsoft met Internet Explorer. Niet voor niets lobbyde Google, ook bij Trump, om daar hun mannetje binnen te krijgen en financierde het bedrijf onderzoek waaruit spontaan bleek dat zij zelf niets fout aan het doen waren.

Het terugdraaien van Obama’s herclassicificering slechts dat politiek linkse bedrijven nu geen voordeel meer kunnen halen uit voor hen geschreven regels. De echte pijn zit echter bij politiek links in de Verenigde Staten. De totale politieke controle over het internet is nu wat verder weg. McChesney en de zijnen zullen er rouwig om zijn. Dit heeft niets te maken met ‘vrijheid en openheid’ van het internet, slechts met – politieke – macht en invloed. Het heeft te maken met een kleine groep mensen die wil bepalen wat u kunt lezen en zien.

Politiek links bepaalt de ‘factcheck’

Die kleine groep is terug te zien in de Amerikaanse ‘factcheck’ organisaties. Daartoe de openlijk politiek linkse bloggers van Snopes. Het Poynter Institute en Factcheck.org worden gefinancierd door rijke Democraten. Die laatste club heeft banden met Bill Ayers, de extreemlinkse terrorist, die al dan niet een vriendschappelijke relatie met Obama zou onderhouden in de jaren ‘90 en daarvoor. Daarmee zijn het idee én de uitvoering in de Verenigde Staten stevig in handen van politiek links. 

De gevolgen daarvan bij Google kunt u horen bij James Damore of bij voormalige Facebook-medewerkers en Twitter. ‘Alles’ ter politieke rechterzijde van deze bedrijven wordt inmiddels via algoritme en gedachtepolitie weggefilterd.

Binnen de EU is eenzelfde tendens gaande. In Duitsland is inmiddels de censuur geprivatiseerd en naar bedrijven ‘ge-outsourced’, mét dezelfde DDR-StaSi redeneringen. Onze eigen democratie-schuwe Minister Ollongren laat zich ook niet onbetuigd. De combinatie van politieke correctheid en net-neutraliteit is dan ook een wapen voor degene die het in handen heeft, en u bent het niet.

Winst voor een open internet?

Het grootste succes is de afschaffing van regels waarmee politiek-correcte bedrijven zichzelf enorme invloed verschaften over het internetlandschap. Die invloed is niet morgen verdwenen. Inmiddels liggen in de EU overheden met Facebook, Twitter, en Google tussen de lakens.

Wel verdwenen is het oneerlijke voordeel van de regelgeving in de Verenigde Staten. Dat is een goede eerste stap. Het waren namelijk niet zozeer de kabelboeren die lobbyden voor netneutraliteit, maar de politiek-correcte bedrijven. Niet om het internet vrij te houden, maar om te kunnen controleren datgene wat u erop mag lezen en vinden. Om te zorgen dat uw internet-realiteit politiek-correct wordt/blijft. Dat juist die ontwikkeling en tik gekregen heeft kan alleen maar te prijzen zijn.

Voorlopig is de afschaffing van Obama’s ‘net-neutraliteit’ dus een winst voor een echt open internet. Voorlopig is het ook een klap in het gezicht van de megalomane miezemuizers die uw werkelijkheid willen controleren.

%d bloggers liken dit: