Dit artikel is een reactie op het boek “Capital in the Twenty-First Century” van Thomas Piketty dat grote reuring heeft veroorzaakt. Met name op Facebook sloeg de, schijnbaar, schokkende grafiek over economische ongelijkheid veroorzaakt door kapitalisme enorm aan. In de academische wereld wordt het boek gehuldigd als de grote onderbouwing van kritiek op het zo schrijnend ontspoorde kapitalisme dat een groot deel van de wereld in de afgelopen 30 jaar heeft meegemaakt. Dit artikel, hoewel geschreven voor een Amerikaans publiek, stelt een aantal interessante vragen over investeringen, kapitaal en marktwerking die niet door Piketty beantwoordt lijken te worden. Het werd op Mises.org geplaatst, maar verdient een vertaling.

Door: Hunter Lewis

Thomas Piketty, een 42-jarige econoom uit de Franse academische wereld heeft de nieuwste economische sensatie geschreven: Capital in the Twenty-First Century. De Amerikaanse vertaling is gepubliceerd door de Harvard University Press en voert, opmerkelijk genoeg, tevens de best-seller lijst aan. Voor de eerste keer dat een boek van Harvard University Press dit klaarspeelt. Een recente recensie omschrijft Piketty als de man die “de fatale fout van het kapitalisme blootlegt”.

Wat is deze fatale fout van het kapitalisme? Ogenschijnlijk worden door kapitalisme de rijker altijd maar rijker in verhouding tot de rest. De ongelijkheid wordt alleen maar groter en groter. Deze ontwikkeling zit onvermijdelijk in het systeem ingebakken. Dat zou de fatale fout van het kapitalisme zijn.

Ter ondersteuning hiervan voert Piketty nogal wat dubieuze en ongefundeerde financiële logica aan en ook wat hij noemt “een spectaculaire grafiek” van historische data. Wat laat deze grafiek nu eigenlijk precies zien?

Het percentage van het nationale inkomen in de Verenigde Staten wordt dat door de top 10% van de verdieners verdiend beslaat in 1910 ongeveer 40%, dit stijgt tot zo’n 50% voor de grote crash van 1929. Daarna daalt het en keert weer terug naar ongeveer 40% in 1995, waarna het langzaam weer stijgt tot ongeveer 50% alvorens wat te dalen na de crash in 2008.

Laten we nu even stilstaan bij de betekenis hiervan. Het relatieve inkomen van de top 10% rees niet extravagant over de periode 1910-2010, het piekte slechts twee keer. Namelijk vlak voor de grote crashes van 1929 en 2008. In andere woorden, de ongelijkheid steeg gedurende de grote economische zeepbellen en verkleinde daarna.

Wat was nu de oorzaak en het kenmerk van deze zeepbellen? Ze werden hoofdzakelijk veroorzaakt door de Federal Reserve en andere centrale banken door de overvloedige creatie van nieuw geld en schulden. Ze werden gekenmerkt door een explosie van vriendjeskapitalisme. Daardoor konden sommige rijke mensen al dat nieuwe geld aan het werk zetten op zowel Wall Street, met behulp van hun banden met de overheid, in Washington.

We kunnen enorm veel leren over vriendjeskapitalisme door het bestuderen van de periode tussen het einde van de Eerste Wereldoorlog en de grote Depressie in de jaren ’30 en de afgelopen 20 jaar. Vriendjeskapitalisme is het tegenovergestelde van kapitalisme. Het is een perversie van de markt en nooit het resultaat van vrije prijsvorming en vrije markten.

Het is niet moeilijk te zien waarom, niet alleen, het Witte Huis Piketty interessant vindt. Hij ondersteunt het verhaal, en dat van anderen, dat de overheid de oplossing is voor de ongelijkheid. Terwijl in realiteit het de overheid, middels de centrale banken, is die de grondslag is geweest voor de groeiende ongelijkheid.

Het Witte Huis en het IMF zijn nogal gecharmeerd van het voorstel van Piketty. Niet alleen voor wat betreft een hoge inkomensbelasting, maar ook vanwege substantiële rijkdombelastingen. Het IMF in het bijzonder heeft zich sterk gemaakt voor rijkdombelasting als een manier om overheidsfinanciën wereldwijd op orde te brengen en zo de economische ongelijkheid te reduceren.

Verwacht dus meer en meer te horen over dit soort rijkdombelastingen. Verwacht te horen dat het zal gaan om een “eenmalige” gebeurtenis die niet herhaald zal worden, maar dat het wel degelijk de economische groei zal ondersteunen door middel van het verminderen van economische ongelijkheid.

Dit alles is complete onzin. Economische groei wordt gerealiseerd wanneer een samenleving geld spaart en deze tegoeden wijselijk investeert. Het gaat namelijk niet om de hoeveelheid investeringen, maar om de kwaliteit ervan. De overheid is bij machte noch te sparen of te investeren, laat staan wijselijk te investeren.

Noch zou niemand zich daadwerkelijk laten aanleunen dat een rijkdombelasting een “eenmalige” gebeurtenis zou zijn. Geen enkele belasting is een eenmalige gebeurtenis. Als deze eenmaal is ingesteld, zal deze blijven en geleidelijk met de jaren groeien.

Piketty zou zichzelf eens het volgende af moeten vragen. Wat gebeurt er als investeerders hun aandelen, onroerend goed, obligaties en ander kapitaal moeten liquideren om hun rijkdombelasting te kunnen betalen? Hoe gaan markten op al die verkopen reageren? Wie gaat dit kapitaal kopen? Hoe ondersteunt dit economische groei voor de markten als onder de druk om te verkopen de markten bezwijken?

In 1936 verscheen een dik nauwelijks te lezen boek dat politici leek te vertellen dat ze alles konden doen wat ze wilden. Dit was de General Theory van Keynes. Het boek van Piketty dient eenzelfde doel in 2014 en het dient hetzelfde kortzichtige vernietigende beleid.

Als Obama, het IMF en mensen als Piketty de economie nu gewoon eens met rust lieten, kon er herstel optreden. Want zoals het nu is, blijven ze nieuwe manieren uitvinden om deze te gronde te richten.

De foto is gemaakt door Arash Razzagh Karimi

%d bloggers liken dit: