De Nederlandse economie is van oudsher een handelende economie. Of dit vandaag de dag ook nog zo is? Er gaan in ieder geval handelsmissies mee met de Koning. Maar of dat bij uitstek een teken is van de Nederlandse handelsgeest dat als lichtend voorbeeld kan dienen voor de rest van de handelende wereld? Dat is toch wat te hoog gegrepen. Het is dan ook niet die handel in meest herkenbare vorm die ik hier wil bespreken. Het is de handel en wandel van alledag waarop ik me richt. Het is de interactie die u als mens heeft met uw supermarkt, met uw slager en kledingwinkel. Ook dat is handel, maar vele malen tastbaarder dan de verre praktijk van internationale bedrijven.

Wat is dan vrije handel? De term ‘vrije handel’ refereert aan de handel die kon ontstaan na de periode waarin de handel enorm beperkt werd door hoge tarieven aan de grenzen van landen. Dit is na de mercantilistische periode. Het mercantilisme had als basisgedachte dat de rijkdom van een land gerepresenteerd kon worden in de hoeveelheid goud. Daarvoor diende dan ook veel uitgevoerd goederen uitgevoerd te worden en zo min mogelijk ingevoerd. Met vrije handel wordt hier de handel bedoelt die na deze periode kon ontstaan. Er werd erkend dat de handel kunstmatig is. Zij floreert daar waar de condities voordelig zijn. Dat is in de situatie dat handel niet of bijna niet belemmerd wordt door ingrijpen, op welke grond dan ook, door overheden.

Een voorbeeld van zulk een ingrijpen is de BTW. Deze omzetbelasting is ingevoerd in 1969 over de toegevoegde waarde naar Frans model in anticipatie van de Europese harmonisering van omzetbelastingen. Toen werd de belofte gedaan dat de prijzen niet veel zouden stijgen als gevolg van deze omzetbelasting. Het hoge tarief stond toen op 12% en nu op 21%. U zult begrijpen wat er klopt van die bewering. Het argument is hier niet de hoogte, maar het stelsel. Het is een inbreuk op de handel tussen u en de winkelier. U betaalt een hogere prijs en de winkelier dient de accountant extra te betalen voor het meerdere werk of hij moet in de eigen tijd meer boekhouding bijhouden. Dat is interventie in de dagelijkse handel, waardoor prijzen stijgen en winstmarges onder druk komen te staan. Een nadeel voor zowel klant als winkelier.

In tijden waarin het economisch slechter gaat, wat is dan de geijkte maatregel om te nemen? Is dit een verdere belasting van hen die handelen of juist het ontzien van hen die handelen? Voor een antwoord op deze vraag is geen moeilijke studie nodig. Dit is het vrijlaten van hen die handelen. U houdt daardoor hetzelfde of meer geld over om te leven, te sparen en uit te geven. Dat levert uiteindelijk meer op dan dat u niets uitgeeft omdat u niets meer heeft. Een verdere interventie door middel van, bijvoorbeeld, btw-verhoging, legt het kunstmatige karakter bloot van de handel. Zij die daartoe de mogelijkheid hebben zullen wegtrekken naar gebieden die een gunstiger klimaat hebben. Zij die daartoe niet de mogelijkheid hebben, of in beperkte mate zoals kiezen voor een goedkope supermarkt in plaats van de slager, zijn u en ik. De handel van zo’n 17 miljoen Nederlanders wordt meer beperkt. Terwijl juist zij het zijn die zouden moeten handelen.

Het belang van vrije handel zit dan ook in het niet-bestaan van beperkingen in ruime zin, door middel van heffingen, toeslagen of belastingen, voor de gewone alledaagse bezigheden. BTW is daar natuurlijk maar een voorbeeld van. Echter, pas als mensen de financiƫle ruimte hebben om keuzes te maken zullen zij investeren en handel bevorderen. Maatregelen die geld weghalen bij mensen met het argument dat ze daarmee de economie helpen zijn dan ook te verwijzen naar het rijk der fabelen. De vrije handel in het dagelijks leven raakt ons allen en vormt de basis voor uw bestaan. Juist daarom dient dit vrij te zijn van belemmeringen.

%d bloggers liken dit: