Vandaag deel 3 van de Correspondent analyse. Tot en met vrijdag 10 oktober elke dag om 17.00 een nieuwe analyse. Lees hier Deel 1 en Deel 2. We bespreken de stelling dat het associatieverdrag zorgt voor minder democratische controle.

De Correspondent heeft volkomen gelijk als geschreven wordt: “Het associatieverdrag sleutelt op geen enkele manier aan de mogelijkheden van gekozen politici, nationaal of Europees, om instanties te controleren.”. Tenminste, gebruikmakend van de fictie dat het tekenen van het Associatieverdrag geen effect in de realiteit heeft.

Wordt met democratische controle bedoeld die het volk uit kan oefenen op een parlement en haar regering, dan kom de EU er vrij karig vanaf. Het is als de oude grap die in Brussel rondgaat; als de EU zich zou aanmelden als lid voor de EU zou het geweigerd worden omdat het niet democratisch is. Het EU-parlement heeft in de meeste gevallen geen doorslaggevende stem. De wetgevende macht van de EU is de Commissie die de agenda zet en alle wetgeving mede bepaalt. De rechtsprekende macht is buitengewoon sterk en heeft ontwikkelingen in gang die van de Hoge Raad niet getolereerd zouden worden. De Raad van ministers, ten slotte, is ondoorzichtig vanwege het technische en diplomatieke en vaak besloten karakter van haar vergaderingen. Op deze manier is het niet democratisch, noch ‘controleerbaar’ zoals wij dat nu kennen in Nederland.

Controle lijkt dan ook meer te maken te hebben met de invloed van de burger. Dat is ook de route die de Correspondent kiest. De controlerende taak van de volksvertegenwoordiging wordt niet veranderd met dit associatieverdrag zo luidt de repliek. Dat is juist. Voor de derde keer op rij maakt de Correspondent gebruik van de fictie dat er alleen dit associatieverdrag bestaat en dat er geen causale gevolgen in de praktijk op zullen treden, noch dat dit associatieverdrag een verleden heeft waaruit een lijn naar de toekomst volgt.

Laten we deze fictie aannemen en de redenering volgen. Er wordt een Associatieraad opgericht (art. 462), hierin kunnen politici van gedachten wisselen, zo stelt de Correspondent. In deze raad zitten ministers van de lidstaten en Oekraïne. De associatieraad is de omzetting van het Ukraine – EU Partnership and Cooperation Council. Deze nieuwe club vergadert eenmaal per jaar en bestaat uit Petro Poroshenko, Federica Mogherini en/of een van de vice-presidenten van de Europese Commissie als bestuur. Leden worden gevormd door parlementariërs/kabinetsleden uit Oekraïne en leden van het EU-parlement. Het doel is de implementatie van het associatieverdrag voor te bereiden en te faciliteren.  Het is dus geen discussieclub waar politici, al dan niet gekozen, van gedachten kunnen wisselen, zoals de Correspondent aanneemt. Het is een club met een specifiek doel. Dat binnen dat specifieke doel over de specifieke implementatie gepraat kan worden is natuurlijk iets geheel anders dan een platform waar politici vrij van gedachten wisselen. Dat er inderdaad op ministerieel niveau overlegd wordt (art. 5 en 465) laat onverlet dat de speelruimt die er is, specifiek is ingericht op het implementeren van het associatieverdrag. Er kan dus alleen maar gesproken worden over hoe de EU en Oekraïne zich gaan vervlechten, niet over de noodzaak daarvan.

Zelfs binnen het nauwe kader van dit Associatieverdrag is er slecht summier democratische controle te vinden. Als er al een Nederlandse minister bij aanwezig zou zijn, kan hij hier in het nationale parlement slechts bevraagd worden over de manier van implementeren, niet over het implementeren an sich. Dat is natuurlijk een groot verschil. De controle die uitgeoefend kan worden verschuift dan namelijk van het wezenlijke naar het technische. Het wezenlijke is de immer nauwere samenwerking tussen de EU en Oekraïne, het technische is hoe het wezenlijke uitgevoerd gaat worden.

Conclusie

Het Associatieverdrag sleutelt inderdaad niet aan de mogelijkheden van om instanties te controleren. Het Associatieverdrag zet namelijk een bestaand niet democratisch te controleren orgaan om in een ander niet te controleren orgaan. Er zijn inderdaad indirecte links mogelijk om een soort controle teweeg te brengen, maar die zijn zo indirect en summier dat van controle zoals we dat in Nederland gewend zijn niet gesproken kan worden. Bovendien vallen de in te stellen commissies en insituties onder de Europese Commissie en zijn zij in het geheel geen verantwoording schuldig aan de lidstaten. Dat leden van de EU-Council plaatsnemen in de associatieraad laat onverlet dat uitbreiding op zichzelf een taak van de Europese Commissie is. Het Europees Parlement kan geen enkele directe controle hierop uitoefenen. Slechts als een Nederlandse minister betrokken is bij de associatieraad kan gevraagd worden hoe de implementatie van het associatieverdrag verloopt en niet de wezenlijke vraag of zo’n associatieverdrag wel in ons belang is. Ook dat is dus niet democratisch in de zin zoals wij dit nu in Nederland kennen.

Bovendien, dat met andere landen ook dergelijke ondemocratische afspraken zijn gemaakt, maakt het niet ineens goed om daarmee door te  blijven gaan, zoals de Correspondent suggereert. Het is niet erg dat de EU niet democratisch is, maar wellicht is het tijd te stoppen met pretenderen dat dit wel het geval is.

De Correspondent beantwoordt wederom de stelling niet. ‘Het associatieverdrag sleutelt op geen enkele manier aan de mogelijkheden van gekozen politici, nationaal of Europees, om instanties te controleren.’ is geen antwoord op de vraag of er minder democratische controle plaatsvindt door het associatieverdrag. Die conclusie bevestigt slechts dat er niets zal veranderen aan de bestaande situatie. Dat is het slecht nieuws, aangezien we hebben laten zien dat de uitbreiding een aangelegenheid is van de ondemocratische Europese Commissie, waar de landen pas iets over kunnen zeggen op het moment dat het daar is. Zie de quote over het ENP in Deel 1. Dus, door de EU uit te breiden met nog meer nieuwe comités, raden en werkgroepen wordt de hele constellatie niet democratischer, laat staan dat al die sub-organen die ontstaan op basis van dit verdrag democratisch te controleren zijn.

De conclusie van de Correspondent beoordelen we dan ook als: Grotendeels onjuist


Morgen om 17.00 u. Deel 4 van deze serie. Dan kijken we naar de conclusie: ‘Maar of je dan een echte oorlog de invloedssfeer binnenhaalt? Daar valt over te twisten.’

Interessant? Deel deze analyse op Facebook, Twitter via de onderstaande knoppen en laat een reactie achter.

Lees hier deel 1: Een Associatieverdrag leidt tot een Oekraïens EU-lidmaatschap

Lees hier deel 2: Het Associatieverdrag leidt tot een geldstroom naar Oekraïne

De foto is gemaakt door: Paul Turner

%d bloggers liken dit: